|
In het verre
verleden van de stad Oudenaarde vinden wij in de archieven de eerste
sporen van een brandreglement in 1338, het keurenboek "Keure
vanden Brande", waaruit blijkt dat onze voorouders
brandpreventieve maatregelen namen en er een opgelegde solidariteit onder
de burgers bestond. In 1675 gaf
koning Lodewijk XIV de toelating om het water van de bronnen van de
nabijgelegen Edelareberg naar de stad te leiden, zodat in 1676 de eerste
waterleiding door Oudenaarde liep. Nog
voor 1700 verschenen de eerste brandspuiten en werden zij in de
verschillende wijken van de stad geplaatst.
De eerste brandspuiten werden door de betere burgers aangekocht en
in 1758 kocht de stadskas zijn eerste brandweermateriaal voor zijn
rekening. Dat er veel goodwill was
bleek uit het feit dat er dan 2 brandweerkorpsen bestonden in Oudenaarde,
ongetwijfeld geïnspireerd door politieke tegenstellingen.
Pas in 1851 vergaderden notabelen in het stadhuis en werd een
commissie samengesteld die zich zou bezighouden met het bestuur van de
maatschappij van het "Corps
Vrije Pompiers". Er werd
een bevelhebber gekozen. Dat het
toch niet zo boterde in dit brandweerkorps bleek uit de gebeurtenissen van
1877, waar de gemeenteraad besliste dat het brandweermateriaal door het
brandweerkorps moest ingeleverd worden op het stadhuis.
In de gemeenteraadszitting van 17 november 1877 werd het
brandweerkorps wettelijk erkend, nadat het in juli 1877 principieel werd
goedgekeurd door de gemeenteraad.
Er
was reeds voor 1877 een brandweerdienst in Oudenaarde, maar deze dienst
kon niet als voorganger worden beschouwd,toch niet als het korps waaruit
de huidige brandweerdienst zou ontstaan. De stichting van het nieuwe korps
resulteerde door locale spanningen, daar er reeds wrevel en onenigheid
waren ontstaan tussen bestuur van het oude korps en de stadsoverheid. Na
een hevig debat werd beslist dat het brandweerkorps al het materieel ten
stadhuize moest inleveren.
Met
de beslissing genomen van de gemeenteraad getroffen in juli 1877 kon het
pas goed beginnen, de kogel was door de kerk en een nieuw brandweerkorps
was opgericht dat in feite in september 1877 bestond.
De
wettelijke erkenning volgde dan tijdens de gemeenteraadzitting van
zaterdag 17 november 1877, onder artikel 9 van de dagorde vinden we de
creatie van een gemeentelijk korps van sapeurs-pompiers en presentatie van
het ontwerp van de samenstelling van het brandweerkorps. De rubriek
samenstelling vermelde , dat het korps 60 actieve leden zou bevatten,
inbegrepen het kader dat bestond uit: 1. een kapitein-bevelhebber, 2.
één luitenant, 3. twee onderluitenanten, 4. een adjudant, 5. een
sergeant-majoor, 6 een fourier, 7. vier sergeanten, 8 acht korporaals, 9
een vaandrig. Volgens par.4 van art. 7 kon het aldus samengesteld korps
nieuwe leden aanwerven of weigeren en dat door stemming, alles was dus
wettelijk geregeld.
In
1882 kreeg de korpsoverste J.B Squillier op een plechtige zitting van de
gemeenteraad een portret aangeboden en ook werd een maatschappij van
onderlinge bijstand op te richten. De vroegere brandweer van de gemeente
Ename, nu ook gefusineerd met onze stad, bezat in 1891 wel een brandspuit
maar geen eigen brandweerkorps; bij gebrek aan onderhoud kon de brandspuit
onmogelijk nog gebruikt worden door het dan huidige korps.
In
1893 kreeg de Oudenaardse brandweer een fanfare. Ter gelegenheid van het
jaarlijk St-Barbara feest verscheen in de lokale pers een kort bericht dat
het muziekkorps was gesticht. In maart 1894 werd voor het eerst geoefend
met de nieuwe reddingswagen op wielen. Deze portaladder was 14 meter hoog
en met groot vakmanschap gebouwd. Tegen het einde van de 19de eeuw zal de
Oudenaardse brandweer al een zekere faam hebben genoten, dat in 1893
Albert Raepsaet en Kapitein August Desmet de Oudenaardse en Belgische
brandweer vertegenwoordigen op het congres van de Engelse brandweerkorpsen
te Londen.
In
het jaar 1896 bracht de Oudenaardse brandweer iets nieuws. Op donderdag
14
mei 1896 stapten voor de eerste maal 5 indrukwekkende mannen met Colback,
lang wit schootvel en blinkend bijl op schouder vooraan, maakten de
nieuwschierigheid groot van iedereen, dit werden de sapeurs genoemd. Een
koninklijk besluit van 12 oktober 1897 machtigde de stad Oudenaarde tot
het oprichten van een "gewapend korps van sapeurs-pompiers".
Tijdens de kermis te Oudenaarde in september 1902 werd het 25-jarig
bestaan gevierd van het korps en het jubileum van verschillende officieren
en brandweermannen. Volgens een persbericht in februari 1903 leverde de
staat aan de "gewapende" pompiers het comblaingeweer met
toebehoren zoals de bajonetriem met schede, gordel en de kardoestas.
In
1912 werd het 35-jarig bestaan van het korps gevierd en terzelfdertijd het
jubileum van de 6 leden-stichters waaronder Florent Van Ommeslaeghe die
bevelvoerder was. Op 4 augustus 1914 woedde in België oorlog. de
brandweermannen deden tijdens de eerste oorlogsjaren dienst als
rijkswachters en moesten alle dagen op het stadhuis hun orders komen
halen. Tijdens de oorlog stond het bevel onder Commandant Florent Van
Ommeslaeghe. Tussen de twee oorlogen in groeide het aantal
manschappen en werd de uitruk reeds verbeterd.
Op
8 mei 1923 bestond het korps uit 80 man met het kader inbegrepen, het
materieel omvatte één portaladder, één wagen met 6 ladders en
benodigdheden, twee handpompen gekocht in 1903 en 1913, vier haspels en
slangen. De waarde van het materieel bedroeg in die tijd 31.570 belgische
frank. Oudenaarde kreeg in die tijd ook een uitgestrekt gewest
toegewezen.
Het
korps kreeg in 1937
een nieuwe kazerne toegewezen die werd gebouwd tussen 1937 en 1938 en
kreeg een materieel en personeelvoerende
hulpwagen Chevrolet, en trok op aanhangwagen de ford- 4 cilinderpomp. Toen
naderde reeds de tweede wereldoorlog in mei 1940, de brandweermannen
werden naar Frankrijk geëvacueerd en kwamen laten behouden terug. Onder
de bezetting mocht de alarmsirene enkel voor luchtalarm gebruilt worden
zodat de brandweerlieden door mannen die fietsend op een hoorn blaasden
werden verwittigd voor een brandweertussenkomst.
Georges
De Bleeckere trad op 1 augustus 1938 in dienst, en in 1953
kreeg de brandweerdienst een materiaalwagen Ford F500, geschikt
voor het
transport van 6 manschappen en werd
Georges De Bleeckere op 4 oktober 1954
onderluitenant-bevelhebber; een nieuwe periode brak het aantal interventies
nam destadig toe. Zo stond het brandgewest Oudenaarde voor de eerste fusie
uit 33 gemeenten + Oudenaarde zelf en 3 gemeentelijke korpsen zoals
Berchem-Kluisbergen, Kruishoutem en Gavere.
In
het jaar van de Wereldtentoonstelling van Brussel werd een autopomp
Chevrolet, type 10D56 aangekocht. De
wagen was voorzien van een Wasterlain-pomp met een capaciteit van 2.400
l/min bij 8 bar LD en 250 l/min bij 40 bar HD.
De bluswagen beschikte eveneens over een watertank met een inhoud
van 2000 liter en een schuimtank van 110 liter.
De wagen was tevens uitgerust met een voormenger.
In
1966 werd een prachtige
autopomp International - type HC 1600 - aangekocht.
Deze wagen bleef in dienst tot 1991 en beschikte over een watertank
van 750 liter. Het blushart was een
Rosenbauer-pomp - type RV 120, met een lagedrukcapaciteit van 1.600 l/min
bij 8 bar en een middendruk van 120 l/min bij 16 bar. De wagen beschikte
tevens over een voormenger.
Na
de tweede fusie in 1971 waren er 99 leden voor een beschermende bevolking
van 76.695 personen, verdeeld over 23 gemeenten en Oudenaarde en drie
gemeentelijke korpsen. Vanaf 1972 werden ook ambulancediensten waargenomen
tijdens de weekends en zon- en feestdagen en bij nacht . Sedert 01 januari
1977 beschermde ons korps 4 gemeenten = Oudenaarde zelf en 2 gemeentelijke
korpsen, Brakel en Kruishoutem. Enkele interventies die onze mannen niet
gauw zullen vergeten zijn de brand van kapel van Kerselare op 21 februari
1961 en de overstroming van 1966. Ook de zware brand op 29 februari 1972
in de spinnerij van Gevaert PVBA en op 15 mei 1973 de brand in de
parochiekerk van Edelare.
Op
5 december 1966 werk kapitein-bevelhebber Georges De Bleeckere bevorderd
tot kapitein-commandant bevelhebber. Onder zijn leiding en samenwerking
met het stadsbestuur werden het materieel en het korps aangepast aan de
moderne noden, het wagenpark telde dan al 12 voertuigen waaronder de
Magirusladder van 30 meter hoogte en snellen hulpwagen voor ongevallen met
het nodige materieel, en ook was er reeds een boot met buitenmotor
aanwezig.
De
periode
tussen 1966 en 2009
werden veel voertuigen aangekocht en werden tal van voertuigen reeds
vervangen, maar ook werd de infrastructuur werken van de kazerne
regelmatig verbeterd en werden er 4 beroepsleden aangesteld, De
huisvesting bleek voor het moderne korps al snel veel te krap te worden.
In 1974 werd een eerste uitbreiding gebouwd en in 1979 gevolgd door
een tweede. Doch de huisvesting is
een probleem dat zich tot vandaag stelt. De
brandweerkazerne is veel te klein en verouderd.
Er zijn geen kleedkamers, noch douches voorzien.
In de nabije toekomst zal er een beslissing genomen worden door het
stadsbestuur om de bestaande gebouwen te renoveren en uit te breiden of
voor het bouwen van een volledig nieuwe brandweerkazerne op een andere
locatie. De huidige inplanting is
problematisch voor de opkomst van de vrijwilligers.
De kazerne ligt in de nabijheid van veel scholen en tijdens de
schooluren geeft dat veel verkeersproblemen rond de kazerne, waardoor
vrijwilligers slechts met veel vertragingen de kazerne kunnen bereiken.
Personeel
en organisatie in 2002
De
brandweerdienst Oudenaarde telde op 1 juli 2002 4 beroepsbrandweerlieden,
waarvan 3 officieren en 1 onderofficier, en 89 vrijwilligers, verdeeld
over 4 officieren, 1 officier-geneesheer, 12 onderofficieren, 9 korporaals
en 63 brandweermannen. De
manschappen zijn ingedeeld in 5 weekdienstgroepen.
Een weekdienst begint elke dinsdagavond en bestaat uit één
officier en ongeveer 18 manschappen. De
officier-dienstchef - kapitein-commandant Christian Bral - doet geen
weekdienst. Voor de oefeningen zijn
de brandweerlieden ingedeeld in 3 pelotons, die elk maandelijks op een
donderdagavond oefenen.
De
brandweerdienst heeft een 8-tal werkgroepen.
Werkgroep
1
bestaat uit de chauffeurs. Zij
oefenen met de voertuigen en de gemotoriseerde werkmiddelen.
Werkgroep
2
zorgt voor het onderhoud van de brandslangen, de kleine blusmiddelen, het
onderhoud van de voertuigen en de containers.
Werkgroep
3
is verantwoordelijk voor alles wat betreft de perslucht.
Werkgroep
4
is voor de E.H.B.O. en redding van personen.
Zij oefenen maandelijks op een maandagavond.
Deze groep bestaat niet alleen uit ambulanciers, maar spits zich
toe op de verschillende manieren van personenredding.
Na 1 jaar stagedienst bij de brandweer komt elke brandweerman
gedurende 1 jaar verplicht in deze werkgroep terecht.
Werkgroep
5 - waterplanning
gaat elke zaterdagvoormiddag op stap voor de controle en nazicht van de
hydranten en de bijhorende kaarten. Alle
gebreken worden gemeld aan de bevoegde instanties.
Werkgroep
6 - duikers.
De brandweer van Oudenaarde telt momenteel 3 duikers in zijn rangen
en er zijn nog 4 personen de opleiding brandweerduiker aan het volgen.
Deze groep werkt vooral samen met de omliggende korpsen, meer
bijzonder met gezamenlijke oefeningen en interventies.
Het grote risicogebied is hier dan vooral de Schelde.
Werkgroep
7 - O.G.S-team (in
opbouw). Men is bezig met het
inventariseren van de gevaren en de aankopen binnen de diverse betrokken
korpsen worden op elkaar afgestemd.
Werkgroep
8
legt zich toe op de reddingstechnieken volgens de SAVERTM-methode.
In
de hulpverleningszone Vlaamse Ardennen wordt nu gewerkt aan een zonale
samenwerking inzake preventie. De
brandweerdienst telt 10 brevethouders technicus-brandvoorkoming, waarvan
er 6 officier zijn.
De
alarmeringen gebeuren via de politie en de codering gebeurt door een
(onder)officier van wacht.
Tot
de bijzondere risico's van de brandweer behoren o.a. de Schelde, de drukke
verkeersader N60 en de industriezone "De
Bruwaan", met de 4 "Sevesobedrijven".
Foto's uit
de vroegere jaren

Op
28 februari 2009
behoorde de brandweerkazerne Woeker ook tot geschiedenis, want op deze dag verhuisden wij met de manschappen en
voertuigen naar de nieuwe kazerne op de industriezone "De Coupure", een stap
naar meer moderne gebouwen en infrastructuur.
Foto's van
de vroegere kazerne .

Op
28 maart 2009 werden de vlaggen van de oude brandweerkazerne
definitief neergelaten om
de oude kazerne ook definitief te sluiten en om een stuk geschiedenis voor alle
brandweermannen na te laten.
|