|
Het lichaam, dat op de handen en de voeten steunt, vormt een rechte
lijn van de schouders tot de hielen terwijl de arme
loodrecht op de
grond staan. Tijdens
de oefeningen moet de borst de grond lichtjes raken
en de armen buigen en strekken.
10
maal
B. Buigen
van de armen
In hang aan de boom of
de brug, de handen in pronatie, d.w.z. de palm naar binnen.
Het toestel wordt op
zodanige hoogte geplaatst dat de voeten de grond niet raken.
Voor de goede
uitvoering is vereist dat de kin boven de brug uitkomt.
4 maal
C. Evenwicht
hoogte
van 1.20 m met een vrije manier van op
- en afstijgen;
de proef wordt gechronometreerd bij het geven van het signaal
wanneer de kandidaat zich in evenwicht op een boom
gesteld heeft. De
chronometer wordt stilgelegd bij het einde van het parcours, vóór de
kandidaat van het toestel afstijgt, de voet voorwaarts gestrekt op het uiteinde van de boom.
In een tijd van 8 sec
D. Beklimmen
van de luchtladder (20 m)
Twee pogingen, met een
tussenpoos van 15' worden aan de kandidaat
toegestaan, de start gebeurt vanaf
de voet van de ladder. De kandidaat houdt de
armen langs het lichaam en raakt de ladder niet aan voor de start.
De
ladder staat nergens tegen en heeft een helling van 70°.
In
een tijd van 40"
E.
4 m touwklimmen
Twee pogingen, met een
tussenpoos van 30', worden aan de kandidaat toegestaan.
Het startsein wordt
aan de kandidaat gegeven wanneer deze bij het touw staat, de armen langs het
lichaam.
In
een tijd van 15"
F. Dragen over 50 meter
Twee pogingen met een
tussenpoos van 30', worden aan de kandidaten toegestaan.
De proef bestaat in
het dragen van een man van hetzelfde gewicht, op 5 kg na, als de drager.
Hulpgreep bij een arm en een been.
Het startsein wordt
aan de kandidaat gegeven wanneer hij de last heeft opgenomen.
In
een tijd van 30"
G. lengtesprong,
zonder aanloop
Twee pogingen, met een
tussenpoos van 5', worden aan de kandidaat toegestaan.
Start : voeten
gesloten achter de lijn.
De afstand
wordt bepaald door het dichtst bij de startlijn achtergelaten spoor,
ongeacht met welk lichaamsdeel de grond wordt aangeraakt.
De afstand is
2 m.
H. Dieptesprong
De
kandidaat start vanuit de strekstand en mag geen tussensteun hebben,
het neerkomen gebeurt op een valmat.
vanaf
2 m
hoogte.
I. 600 m lopen.
In een tijd van
2'45''
J. 50 meter
zwemmen.
In een tijd van
1’ 20"
|